Onderzoek toont aan dat met name de thuisomgeving en de manier waarop ouders hun kinderen stimuleren bepalend zijn voor de ontwikkeling van taal en geletterdheid. Op jonge leeftijd bestaan er al grote verschillen tussen kinderen. Deze verschillen worden in belangrijke mate bepaald door het opleidingsniveau van ouders. De kennisbasis is beperkt als het gaat om de werking van interventies bij (zeer) laagopgeleide ouders. Veel leraren vinden het samenwerken met ouders lastig en missen kennis om aan te sluiten bij de thuisomgeving. Vooral als dit vraagt om samenwerking met ouders die andere sociaaleconomische en culturele achtergronden hebben. Hoe kunnen leraren samen met ouders de taalontwikkeling van jonge kinderen bevorderen? Om deze vraag te beantwoorden doet Martine van der Pluijm van Hogeschool Rotterdam onderzoek.

De basis

De basis van de aanpak Thuis in Taal is ontwikkeld door middel van ontwerpgericht onderzoek, tijdens het promotieonderzoek (2012-2019) van Martine. Deze aanpak is bedoeld om leraren te ondersteunen bij het aangaan van partnerschapsrelaties met ouders ter verrijking van de taalontwikkeling van kinderen. Lees hier meer over dit onderzoek dat aan de basis ligt van de aanpak Thuis in Taal

Verspreiding

Tijdens een driejarig praktijkonderzoek (2017-2020) heeft Martine in de praktijk van de Rotterdamse Peuterschool van Peuter & Co en verschillende basisscholen onderzocht hoe de ontwikkelde aanpak Thuis in Taal kan worden geïmplementeerd op grotere schaal. De resultaten van dit onderzoek worden beschreven en hiervan volgt later publicatie. De eerste bevindingen stemmen positief en komen overeen met wat eerder gevonden is tijdens het promotieonderzoek. We hebben gezien dat de leraar zelf de belangrijkste succesfactor is voor het resultaat. Als de leraar zich bewust is van de driehoeksrelatie met ouders en kinderen en bereid is te leren door ervaren en bijstellen, dán worden vorderingen zichtbaar. Leerkringen en intervisie zijn hierbij behulpzaam. Het is opvallend dat leraren meer plezier ervaren in samenwerken met ouders. Aan de kant van ouders hebben we gezien dat hun waardering voor de relatie met school groeit en dat zij vaker deelnemen aan de wekelijkse ouder-kind activiteiten. Ook vonden we een toename van het aantal taalactiviteiten thuis bij met name de laagopgeleide ouders.

Thuisondersteuning

Op dit moment vindt vanuit Hogeschool Rotterdam en Erasmus Universiteit en diverse partners vervolgonderzoek (2020-2024) plaats in het project MAATWERK.
Martine onderzoekt in dit verband een vorm voor thuisondersteuning passend bij de aanpak Thuis in Taal op scholen. De onderzoekers van de Erasmus Universiteit onderzoeken hoe digitale prentenboeken kunnen worden ingezet om de interacties thuis te stimuleren. Het doel van beide projecten is na te gaan hoe programma’s waarin laagopgeleide ouders worden aangemoedigd de vroege talige en geletterde ontwikkeling van kinderen te stimuleren, beter kunnen worden toegesneden op de behoeften van deelnemende gezinnen.

Lees meer over de onderzoeken van Martine van der Pluijm op de website van de Hogeschool Rotterdam.

Kijk ook voor inspiratie en materialen: www.hr.nl/gereedschapskist en kies ouders en geletterdheid.